Aso

“Aso”, riep de vrouw mij na. Nadat ze tegen de richting in het fietspad op was gereden. Precies daar waar ik voor het stoplicht stond te wachten om linksaf te gaan slaan. Ik stond daar met mijn racefiets en mijn handrem haakte in haar tas. Die scheurde. “Hee, kijk uit”, zei ik. “Je gaat ook geen centimeter opzij he” kreeg ik terug. Nadat ik zei dat zij het was die aan de verkeerde kant van de weg fietste en zij dat goed praatte door te vertellen dat ze “zo links af moest” en ik vond dat dat haar probleem was, kreeg ik dus te horen dat ik een aso ben.

Fascinerend vind ik het wel, hoe mensen anderen de schuld geven terwijl ze zelf iets fout doen. (En vervelend. Dat ook. Want ik sta dan nog een uur verontwaardigd en verwonderd na te trillen.) Ik ben ook benieuwd hoe die dame thuis is gekomen en daar heeft verteld dat ze een aanvaring had gehad met een asociale vrouw ‘die niet eens opzij ging toen ik aan de verkeerde kant van de weg het fietspad op wilde’. ‘Ze zag toch dat ik er langs wilde’. En dat haar toehoorders ook helemaal verontwaardigd waren over zoveel egoïsme.

Nog fascinerender vind ik het dat ik over het algemeen erg meegaand ben. Letterlijk. Als ik op straat loop en iemand dreigt tegen mij aan te lopen, ga ik als vanzelf opzij. Ongeacht of het aan mij ligt of niet. Ik doe dat ook bij tegenliggers op een (tweerichtingsverkeer)fietspad of om wandelaars op het fietspad. Leven en laten leven. Geen probleem. Gaat automatisch. En ineens dacht ik een keer ‘Ik blijf gewoon eens staan’.

Nu ben ik een aso.

Woon-frustratie-dingetje

Oke, een frustratiedingetje.

We wonen nu tijdelijk in een woning. We huren het particulier van een kennis. Het is een fijne woning op een nog veel fijnere plek. Helaas moeten we hier nu uit (en veel eerder dan aanvankelijk afgesproken). Nu heb ik de afgelopen 15 jaar in tijdelijke woningen gewoond. Ik weet wat het is en vond dat nooit een probleem. Maar ik ben nu wel een keer toe aan iets vasters. We betalen al jaren 1100 euro per maand aan huur (inclusief gas, water en licht).

Maar.

Voor een sociale huurwoning (als we al lang genoeg ingeschreven zouden staan) verdienen we te veel.

Voor een hypotheek zijn we, als zelfstandig ondernemer, nog niet betrouwbaar genoeg.

Bovendien gaat de prijs van de koopwoningen weer omhoog.

Daarnaast is particulier huren niet eenvoudig, want particuliere verhuurders:

  • Vragen soms bizar veel geld, of
  • verhuren alleen gemeubileerd, of
  • verhuren alleen aan mensen in loondienst (of ander vast inkomen)
  • willen geen huisdieren (we hebben twee katten)
  • verhuren alleen tijdelijk, of
  • vragen enorm hoge borg, of
  • meerdere van bovenstaande tegelijk.

Huurbemiddelingsbureaus vragen de hoofdprijs en rekenen ondanks dat het niet mag, toch bemiddelingskosten.

Ik weet dat het uiteindelijk altijd weer goed komt. En dat het mijn eigen keuze is om in de binnenstad van mijn stad te willen wonen (daarbuiten is het goedkoper en wat makkelijker, maar word ik ongelukkiger). Maar ik vind het nu even frustrerend dat het op mijn 42e zo verrekte lastig is om me eens op een vastere plek te vestigen.

 

 

Zo lekker jezelf zijn

Een groep vrouwen waarvan er eentje anders doet dan de rest. Ze is druk, praat heel hard, huppelt ineens een veld in, eet met haar handen. Kortom: zo’n lekker gek mens. Zo’n mens waarover de andere vrouwen met enige jaloezie dan zeggen ‘ze is altijd zo zichzelf’. En ineens vraag ik me af: waarom zijn de mensen die uit de band springen, ‘gek’ doen, lawaai maken, opvallend anders doen, blijkbaar ‘zichzelf’? Wie bepaalt dat? En is dat zo?

Ik kan ook best wel eens gek doen. Als ik erg in mijn hum ben, veel energie heb, ik in een omgeving ben waarin ik me overgeef aan de energie van dat moment. Dan ben ik mezelf. Ik kan ook wat meer op afstand blijven, observeren, anderen ruimte geven en dan genieten van waar ik ben en wat ik doe. Volledig mezelf zijnde.

We leven in een maatschappij waarin extravert zijn de norm is. Voor de meer introverte mensen kan het lastig zijn om een positie te verwerven en voor jezelf op te komen op het moment dat een groep de extravert al is gevolgd. Het kan volgens mij best voorkomen dat juist de introvert ervoor kiest om te springen, hard te praten, ineens weg te rennen of ‘lekker gek’ te doen. Niet omdat dat past, maar om mee te doen met de norm van de samenleving. Misschien is dus juist degene die aan de zijlijn staat, rustig in het gedruis opgaat en alles gewoon oké vind wel het meeste zichzelf.

Lui

Ik wil graag een bekentenis doen. Ik ben lui. Zo! Wat ik eindeloos kan doen is op de bank zitten met de televisie aan, mijn telefoon in mijn hand en dan domme spelletjes zoals Farm Hero Saga spelen. Afgewisseld met Wordfeud en Quizduel. Dat dan weer wel. Niet dat dat nieuw is. Vroeger kon ik eindeloos Tetris spelen. Met hetzelfde genre aan televisieprogramma’s. Te flauw om naar te kijken, maar stiekem erg vermakelijk. Het type ‘Help, mijn man is klusser’ of ‘De rijdende rechter’.

Natuurlijk vind ik dat ik eigenlijk van alles moet doen. Er is zoveel: klussen, schoonmaken, opruimen, blogs schrijven, werk voorbereiden, nieuwe hobby’s beginnen. Maar ik doe dat dus niet. Soms voel ik me daar dan heel erg schuldig over. Maar soms ook gewoon niet. Dan accepteer ik dat ik zo ben.

Al die verhalen in van die vrouwenbladen, die begrijp ik dus ook niet. Dat ze zoveel druk voelen vanuit de maatschappij om alles perfect te moeten doen: de perfecte echtgenote, de perfecte moeder, een druk sociaal leven en dan ook nog de perfecte werknemer of ondernemer. Nu ben ik niet getrouwd, heb ik geen kinderen en herken ik me zelden in artikelen in vrouwenbladen. Dat scheelt vast wel. Maar ook die druk, dat ik die zou moeten hebben, is mij vreemd.

‘Men kan zich niet meer vervelen’, lees ik dan. Nou, toevallig kan ik dat dus heel erg goed. Ook als ik even geen klussen werkgewijs heb. Dan kan ik heel goed genieten van de vrije tijd die ik heb en in het zonnetje een boek zitten lezen. Zonder me ook maar een moment schuldig te voelen. Want nu kan het. Dus doe ik het.

Voel ik me dan nooit schuldig? Nou. Heel soms. Als ik bijvoorbeeld weer eens op Facebook kijk en al die leuke activiteiten en levens van al die anderen zie. Gelukkig is daar dan weer de melding dat mijn Farm Hero Saga-levens weer zijn aangevuld en kan ik me weer in mijn eigen verveelwereldje terugtrekken. Tot ik weer van alles te doen heb.

Dertien-in-een-dozijn

Ik vind dat mooi: dat ouders van kinderen met bijvoorbeeld autisme, ADHD of anderszins hun kind liefkozend ‘speciaal’ noemen. Of het hebben over ‘het bijzondere kind’. Zo spreken ze ook tegen hun kind als het onzeker is omdat ze zich anders voelen dan de andere kinderen. Waarbij ook nog gezegd wordt dat het mooi is dat ze zich onderscheiden van de ‘dertien-in-een-dozijn-kinderen’. En dat is het ook!

Alleen….. Naast het feit dat het tegenwoordig ‘hip’ is om een ‘bijzonder’ kind te hebben (en hee, is ieder kind dat niet voor zijn ouders), bekruipt mij wel soms ook een ander gevoel. Namelijk: hoe is het voor de zogenaamde ‘dertien-in-een-dozijn-kinderen’ om zo te worden bekeken en weggezet. Kinderen zonder ‘rugzakje’, die gemiddeld leren, die overal zonder al te veel op te vallen doorheen wandelen, die redelijk kabbelend door het leven gaan en weinig mankeren. Zo een kind als ik vroeg was. Enorm doorsnee en waarschijnlijk een duidelijke ‘dertien-in-een-dozijn’. Maar: ook onzeker en verlegen. En het feit dat een deel van de klasgenoten bijzonder en speciaal wordt genoemd, had mij misschien wel alleen nog maar onzeker en verlegener gemaakt. Alle aandacht gaat immers uit naar de anderen.

En nog: tegenwoordig word je bijna verplicht om jezelf overal en altijd te verkopen. Te laten zien waarin jij het onderscheid maakt en waarom jij speciaal en bijzonder bent. Natuurlijk is iedereen uniek. Maar er zijn ook echt groepen mensen die nergens echt in uitblinken. Die redelijk kabbelend door het leven gaan, zonder diepe dalen en grote hoogten. Die niet snel ergens last van hebben of je er anders niet zo over hoort. Die Mensen zoals ik. Denk ik dan.

Ik ben gewoon een dertien-in-een-dozijn. En dat vind helemaal oké! Sterker nog: ik ben er trots op! Dus ik breek een lans voor de dertien-in-een-dozijn. Juist omdat wij niet direct in het oog springen of iets hebben. Want juist dat maakt òns speciaal en bijzonder!

Een passie. Ja, dat lijkt me wel wat!

Als generalist vind ik dus heel veel dingen leuk. En kan ik ook best veel dingen. Een beetje. Of soms zelfs net iets meer dan dat. Ik stort me nooit ergens helemaal in. Ik lees, doe, beweeg, train. En dan vind ik dat ik het wel ongeveer weet. Of kan. En er zijn nog zoveel andere dingen die leuk zijn, of nodig.

Ik kan dus van best veel wel een beetje. Maar bij voorkeur wil ik iets meteen kunnen. Niet iets leren. Gelukkig zijn er ook best wat dingen waar ik zozeer in uitblink, maar die ik zo leuk vind dat ik ze toch blijf doen. Zoals skiën en improtheaterspelen. Of die nodig zijn, zoals hardlopen en wielrennen. Vooruit: ook in mijn werk als communicatieadviseur ben ik de afgelopen jaren gegroeid. Ik heb meer ervaring, weet beter waar ik sta en waar mijn kracht ligt. Zelfs ben ik me aan het verdiepen in gedragsbeïnvloeding.

Maar dat neemt niet weg dat ik vol jaloezie kan kijken en genieten van mensen die zich ergens in specialiseren. Die een passie hebben en daar volledig voor gaan. Die een weg kiezen en die volgen. Die ideeën en inspiratie hebben. Ze kopen er (dure) spullen voor en experimenteren, oefenen, verbeteren. Ze doen! Ze vallen en ze staan weer op. Ze ontwikkelen. Tot ze nog beter zijn dan ze al waren.

En die jaloezie, die heb ik momenten als deze. Als je dus, qua werk, op een moment bent dat je alles kunt doen wat je zou willen. De mogelijkheden zijn er. De wereld ligt open. En dat je dan echt geen idee hebt wat dat zou kunnen zijn. Bij gebrek aan richting. Of passie. Of ambitie. Een rotonde met zoveel afslagen dat je ze amper kunt onderscheiden. Dus niet eens weet wat er te kiezen is.

De ruimte die ik heb is heel fijn. Daar kan ik wel wat mee, ook al kan het zinloos en niksnutterigs voelen. Hij is bovendien terugkerend, dus bekend. En ik weet dus gerust wel dat die bordjes langs de afslagen vanzelf wel een keer zichtbaarder worden of die ene afslag ineens echt niet meer te ontwijken is. Of iemand me vertelt wat mijn passie is. Tot die tijd rommel ik gewoon nog even lekker door met van alles en nog wat. Met dat wat leuk is. Of nodig.

 

Een kop op je kop

Op het oud&nieuw feest waar ik was, was ik dus verkleed als eend. Een badeend om precies te zijn. Dat krijg je bij de dresscode: ‘Verkleden verplicht. Dit jaar mag je je helemaal laten gaan. Iets uit je stoutste dromen of een jeugdillusie, of stiekem de outfit die altijd eens hebt willen dragen’. Dus. En dat dat ook te maken had met het feit dat ik pas de dag ervoor besloot om er heen te gaan en ik dit kostuum nog snel kon regelen, heeft daar uiteraard helemaal niets mee te maken. Ik was (of voelde me) de held van de avond.

Maar zo een outfit betekent dus ook een kop op je kop. En dat is best een aparte ervaring. Het was heel warm, maar dat is logisch en daar was ik wel op voorbereid. Wat me vooral opviel was het gebrek aan interactie dat je ineens hebt. Na de eerste beleefdheden als “wauw, wat een goede outfit”, hielden de gesprekken wel op. Ik verstond niet alles. Ik zag niet alles. En mijn gesprekspartners, vrienden, die zagen alleen maar een eend, zonder uitdrukking. Ze konden niet zien of ik luisterde, wat voor uitdrukking ik op mijn gezicht had en of ik überhaupt wel iets kon horen. Ik stond er dus maar een beetje bij. In mijn eigen kleine eendenwereldje. Gelukkig was de snavel groot genoeg om wel biertjes te kunnen drinken.

Maar zo werkt het dus. Je hebt iets op je hoofd, je gezicht en in ieder geval je ogen zijn bedekt en de interactie is meteen gereduceerd tot een minimum. Ik kan dat trouwens ook al hebben als ik een zonnebril op heb. Dat ik afstand voel tussen mij en de wereld. En met een skihelm en –bril. Je zintuigen worden bedekt. Je ervaart anders. En andersom is dat dus ook zo: dat niemand zich geroepen voelt om moeite te doen om met jou een gesprek te voeren. Ook al weten ze dat jij het bent in dat eendenpak.

Toen iedereen aanwezig was op het feest, heb ik dan ook snel mijn eigen hoofd vertoont en werd het toch nog gezellig! Gelukkig nieuwjaar!20151231 oudjaarseend

Congruentie

Ik kan dus best wel onzeker zijn. Niet per se en altijd uit onzekerheid over mezelf. Maar omdat ik mensen dingen hoor zeggen over zichzelf die ik niet zozeer in ze zie of ervaar. Bijvoorbeeld iemand die zichzelf heel flexibel noemt, maar nooit tijd heeft. Of iemand die continue vertelt dat hij zo goed kan luisteren. Of iemand die vindt dat hij goed autorijdt, maar dat ik niet bij hem in de auto durf te zitten. Of iemand die zichzelf een ‘mensenmens’ noemt, maar vooral met zichzelf bezig is. Of iemand die zegt hij alles lust, maar niets wil eten van wat jij voorstelt. Of van die mensen die overal anderen de schuld van geven, terwijl ik dan denk dat ze ook gewoon eens naar zichzelf kunnen kijken.

En dan ben ik dus bang dat ik dat ook doe. Waarschijnlijk wel, want ik ben ook mens (ja, echt!). Maar ik kan me daar dus heel erg van bewust zijn. Of dat ik wat ik zeg en hoe ik ben wel klopt met elkaar. Dan zeg ik maar niets.

Sociaal doch eenzaam

Gek is dat. Dat ik me met alle sociale media, communicatiemiddelen en mensen om me heen, toch eenzamer dan ooit kan voelen. Waar dat in zit? Ik denk omdat veel sociale media eigenlijk vooral eenrichtingsverkeer zijn. Iemand schrijft of post iets en anderen kunnen daar dan op reageren. Net als een gesprek, maar toch anders. Want het lijkt vaak zo te zijn dat wie het meest post, dus het hardst en vaakst roept, de meeste aandacht krijgt.

Eigenlijk is dat best tegenstrijdig aan de ontwikkeling dat overheden, organisaties en bedrijven vaker de dialoog aan aan het gaan zijn. Ze zoeken meer de doelgroep op, bijvoorbeeld in ‘rondetafelgesprekken’, met webcare, met interactieve media en zelfs in een-op-een-gesprekken. Waar ze voorheen vooral zendergericht communiceerden met de gedachte “Als we maar genoeg zenden, dan weet op een gegeven moment de ontvanger wel wat we over willen brengen” en zonder echt te kijken of de boodschap wel overkwam. Dus waar organisaties die hun communicatie op orde hebben vaker de dialoog aangaan, zie ik het in het individuele leven juist zendergerichter worden.

En die dialoog, die mis ik dus. Zoals ik vroeger avonden, urenlang aan kon bellen met vrienden. En perioden daarna avonden en nachten op icq en daarna msn kon doorbrengen. Dat was anders dan live praten, maar (soms ook met met een webcam erbij) ik had echt goede en serieuze gesprekken, kon mijn hart luchten en luisteren. Ik vraag het wel eens, aan de mensen met wie ik dat eindeloos kon doen. Over hoe ze nu hun contacten onderhouden. Via Twitter, was bijvoorbeeld een antwoord. Maar dat vind ik dus teveel zenden, in afwachting van een reactie. En Whatsapp is fijn voor korte boodschappen, maar daar schrijf ik geen hele verhalen in op.

Uiteindelijk gaat er natuurlijk niets boven een echt ‘live’ contact en een goed gesprek al dan niet met thee of wijn. Dat blijft onveranderd en ongeëvenaard. Maar niet iedereen woont naast de deur. En soms moet er ook gewerkt en geslapen worden. En hoe ik die contacten onderhoud op een manier waarop je tot goede gesprekken komt en eenzame momenten opvult, die heb ik nog niet gevonden.

Hoe doe jij dat?

Inhoud en context hoeven niet samen

De term ‘Spiritueel narcisme’ kwam ik onlangs op Twitter tegen (in verwijzing naar een artikel in Psychologie Magazine meen ik). Ik had daar meteen een beeld bij. Van die mensen die ik op Facebook keer op keer zie posten dat ze zo ‘zen’ bezig zijn met verhalen over meditatieweekenden, mindfullness, wandelingen in de natuur en plaatjes met spreuken en foto’s van Boeddhabeelden. De paradox van het vinden van rust in jezelf en de behoefte om dat vooral aan anderen te laten zien. Net zo tegenstrijdig als dat ik mezelf wel eens hardfietsend, want laat, onderweg naar een yogales vind “want yoga onthaast zo lekker” (niets menselijks is mij vreemd).

Toch is daar blijkbaar niets mis mee. Want als ik kijk naar de reacties op die ‘zen’ berichten, dan gaan die toch vooral over de inhoud. Meestal in woorden als ‘wat ben jij toch een mooi mens’. Of ‘respect voor hoe jij in het leven staat’. En uiteraard heel veel ‘likes’. Maar de paradox, die wordt dus niet herkend.

Een ander voorbeeld: van die mensen die heel veel praten en dan vooral over zichzelf. Ze vertellen dat ze coach zijn of dat minstens willen worden. Ze vertellen uitgebreid over hoe ze er zijn voor anderen en hun begaanheid daarmee. En dat ze ‘in contact zijn’ zo belangrijk vinden. Terwijl ze volledig in zichzelf opgaan zonder op te merken of de luisteraar aangehaakt blijft. En er wordt totaal voorbijgaan aan wat een ander zegt door op alle tekst van de ander als haakje te gebruiken om een eigen verhaal te vertellen. Maar ook hier wordt er weer ademloos naar ze geluisterd. En onthoud men de inhoud van deze blijkbaar interessante persoon, die veel voor iemand doet en voor andere klaar staat. Niet omdat ze dat erváren, maar omdat ze dat hóren. Van de persoon zelf.

Theorieën zeggen dat iemand pas geloofwaardig als de inhoud klopt met het gedrag. Goede communicatie zit niet alleen in horen wat iemand zegt, maar ook de toets of het klopt met wat en hoe iemand doet. Maar blijkbaar is dat lang niet altijd nodig om je verhaal over te brengen en om aandacht te krijgen. Als je maar regelmatig post op sociale media en vaak genoeg aan het woord bent over jezelf, maakt het eigenlijk niet zoveel uit of het klopt met je gedrag.

Dat vind ik dus, als iemand die over het algemeen meer luistert en vragen stelt dan vertelt en aandacht vraagt, nog een ingewikkelde.